Nieuws
Now Reading
[Reportage] Jammen in het buitenland — deel 1: Berlijn
1

[Reportage] Jammen in het buitenland — deel 1: Berlijn

by Redactie27 april, 2012

Zijn studenten en developers anders in andere landen? Drie globetrotting gamejammers ontdekten het. Deel 1: Berlijn

Na twee Global Game Jams in Nederland leek het mij –Niels ‘t Hooft– een mooi idee om eens over de grens mee te jammen. Karel Millenaar (FourceLabs), Kars Alfrink (Hubbub) en Hessel Bonenkamp (Two Tribes) dachten daar hetzelfde over – en gelukkig waren we welkom bij Alper Çuğun, een collega die sinds kort in Berlijn woont. Aldus begaven we ons, vijf vreemde eenden in de bijt, naar het Computerspielemuseum aan de Karl-Marx-Allee en kondigden we aan dat we, tegen de geest van de gamejam in, als voorgebakken team zouden opereren. Die mededeling zorgde voor gefrons… maar het mocht. 

Vergeleken met Kopenhagen of Hilversum is Berlijn een kleine jamsite: 41 participanten, waaronder dus vijf Nederlanders, maar ook twee Polen, een Oostenrijker en een verdwaalde Zweed. Toch was het voor de organisatie (vanuit A MAZE, dat meer creatieve game-events organiseert) een flinke schaalvergroting. Dat zag je aan de moeite die ze hadden om internet werkend te krijgen (lukte niet) en genoeg soep te serveren (lukte uiteindelijk wel). Het gaf de jam wel een lekker retrogevoel: jamming like it’s 1994.

Ondanks die obstakels, en onszelf toebedeelde vrijheden als uit eten gaan in een Weens schnitzelrestaurant en slapen in Alpers appartement, is het gelukt om een leuke game te maken. Nakatomi Rider is een spel waarin twee spelers dezelfde PS3-controller vasthouden. Je moet trekken en duwen om de ander te dwarsbomen, zowel in het echt als in de game; je wint door je opponent het vaakst tegen de spikes te gooien (in de game dus). Dat alles speelt zich af in een LSD-flavoured universum van (letterlijke) moederschepen, regenbogen, pixel-effecten en een aanzienlijke erotische ondertoon.

Niet dat het slecht was wat de Duitsers maakten, ze trapten vaak alleen wel in twee bekende vallen

Als ik generaliseer aan de hand van wat wij hebben gemaakt, en wat de Duitse jammers hebben gemaakt, staat het er goed voor met Nederlandse game-ontwikkeling. Omdat ik van alle teamleden waarschijnlijk het minst heb bijgedragen aan onze game, mag ik dit zeggen: wij zijn creatiever, kunnen beter een sterk, doordacht concept neerzetten, en we kunnen beter improviseren en itereren dan onze oosterburen.

Niet dat het slecht was wat de Duitsers maakten, ze trapten vaak alleen wel in twee bekende vallen: teveel binnen bekende formats werken en te letterlijk aan het thema vasthouden. Van de tien Berlijnse games moest je in twee als Ouroboros van een heuvel afrollen! Terwijl ze ervaren genoeg zijn: hoewel er ook studenten meededen, waren er genoeg ervaren gameprofessionals bij.

Het idee van een wereldwijde, simultane game-ontwikkelmarathon is imponerend, maar in de praktijk merk je er heel weinig van dat duizenden anderen elders hetzelfde doen als jij. Daarom is het zo’n goed idee om eens ergens anders heen te gaan. Sterker nog: het lijkt me een fraaie traditie in wording. Elk jaar een andere site, elk jaar verder weg. Volgend jaar in ieder geval warmer dan Berlijn, waar het min acht was op maandagochtend, toen we vertrokken (en ik geen sjaal bij me had). Over vijf jaar Honolulu? Ik ben vóór. •

About The Author
Redactie
Redactie