Nieuws
Now Reading
Kamervragen over gameverbod naar aanleiding artikel Control
2

Kamervragen over gameverbod naar aanleiding artikel Control

by Redactie Online9 juli, 2010

De protesten van de Nederlandse games media tegen Hirsch Ballin’s oproep tot een gameverbod zijn niet onopgemerkt gebleven. Het interview, dat journalist Harry Hol had met Peter Nikken was zelfs reden voor Groenlinks kamerlid Tofik Dibi om kamervragen te stellen.

Dibi noemt in het eerste onderdeel van zijn kamervraag het interview dat Control had met Peter Nikken. Hirsch Ballin gebruikt het onderzoek van Nikken om zijn roep tot verbieden kracht bij te zetten. Nikken geeft echter aan dat verbieden geen zin heeft, en is verbaasd dat er selectief uit zijn boek ‘Mediageweld en Kinderen’ is geciteerd.

Dibi vraagt dan ook of de minister andere wetenschappelijke onderbouwing kan aanvoeren. Verder noemt het kamerlid het onderscheid dat de minister maakt tussen games en films een vorm van ‘willekeur’.

Volgens Groenlinks is een verbod dan ook voorbarig, en zijn er voldoende wetten die extreme materialen (kinderporno, aanzettend tot haat) verbieden.  Het kamerlid stelt dat de minister zijn tijd beter kan steken in betere media educatie, zodat ouders weten wat ze hun kind wel of niet laten zien.

De volledige vraag zoals die nog door de minister moet worden beantwoord kun je hieronder lezen:

Schriftelijke vragen van het Kamerlid Dibi (GroenLinks) aan de minister van Justitie over de wenselijkheid van een verbod op gewelddadige computerspelletjes:

  1. Kent u het bericht (1) dat uit het onderzoek waarop u uw pleidooi baseert voor invoering van een strafrechtelijk verbod op gewelddadige spelletjes juist blijkt dat er geen enkele reden bestaat om zo’n strafbaarstelling in te voeren, maar dat het vooral van belang is om ouders goed te informeren, zodat ze zelf kritisch kunnen zijn op welke films of games hun kinderen mogen zien?
  2. Welke andere onderzoeken kent u waaruit zou blijken dat er een verband bestaat tussen gewelddadige games en de schadelijke invloeden daarvan op de geestelijke ontwikkeling van kinderen?
  3. Wat bedoelt u precies met uw uitspraak dat er ‘minder weerstand’ zou bestaan tegen een gamesverbod dan tegen een verbod op extreem gewelddadige films? Begrijpt u dat deze afweging overkomt als willekeur? Zo nee, waarom niet?
  4. Bent u het met mij eens dat het bestaande wetgevende kader reeds voldoende juridische instrumenten biedt, denk aan de strafbaarstellingen van aanzetten tot haat, geweld, van discriminatie en van kinderpornografisch materiaal, om extreme producten te bestrijden? Zo nee, waarom niet?
  5. Bent u het met mij eens dat het de primaire verantwoordelijkheid van de betrokken ouders is om te beoordelen of een jongere bepaald materiaal al dan niet zou mogen zien? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid om te onderzoeken of ouders op dit moment voldoende geïnformeerd worden over de inhoud van films en games? Zo nee, waarom niet?
  6. Klopt het dat u al met de Nederlandse brancheorganisatie voor de entertainmentindustrie duidelijke afspraken heeft gemaakt over het naleven van de leeftijdsclassificatie en deze tot en met 2011 lopen (2)? Zo ja, deelt u de mening dat u voorbarig bent door nu al over een mogelijk verbod op games te spreken?
  7. Is het niet een veel beter idee uw pogingen voor het zoveelste verbod te staken en uw inspanningen te richten op het weerbaarder maken van kinderen en jongeren middels media-educatie? Wat vindt u van de initiatiefwet media-educatie (3)?

1) ‘Wetenschapper Peter Nikken: “Hirsch Ballin heeft gewinkeld in mijn onderoek”,

2) Weerstand tegen verbod geweldgames, Nu.nl, 2 juli 2010

3) http://tweedekamer.groenlinks.nl/nieuws/2007/07/06/groenlinks-lanceert-initiatiefwet-media-educatie

About The Author
Redactie Online