
Het Leidse Paladin Studios heeft de primeur. De eerste serious game op Facebook komt uit Nederland. De game Enercities combineert het bouwen van een stad met het managen van energie en is tot stand gekomen met subsidiegeld van de EU.
ONLINE ONLY
Enercities mag dan wel een serious game genoemd worden, de serieuze boodschap wordt op een casual manier gebracht. De citybuilder heeft geen ingewikkelde gameplay en de vrolijk gekleurde graphics spreken de miljoenen gamers die elke dag Farmville spelen zeker aan. Derk de Geus, medeoprichter van Paladin Studios, legt uit waarom voor Facebook is gekozen voor de public beta: “Eigenlijk zou de game alleen speelbaar zijn op een dedicated website, maar we willen graag dat een zo groot mogelijk publiek in aanraking komt met het spel en natuurlijk de boodschap erachter. Op Facebook is het makkelijker een levendige community van actieve spelers te realiseren.”
Balanceren
In Enercities moet de speler een stad bouwen en een evenwicht vinden tussen wonen, werken en energie. Het spel begint met een kleine stad met negen lege velden die naar eigen inzicht gevuld kunnen worden. Door bepaalde doelen te halen ga je naar het volgende level waar de balanceer-act met woon- en werkplekken en energievoorzieningen op een grotere schaal wordt voortgezet. Dylan Nagel, medeoprichter van Paladin Studios: “De nadruk ligt in deze public beta vooral op electriciteit, maar in volgende versies willen we zaken als olie en energiebesparing introduceren.”
Tempo
Enercities is een project dat wordt gefinancierd door het 'Intelligent Energy Program' van de Europese Commissie. De game heeft een budget van 1,4 miljoen euro, waarvan ongeveer twintig procent naar de development gaat. De rest van het geld is bedoeld voor lesmateriaal, marketing en research. De Geus: “We willen dat de game opgepikt wordt door leraren die het opnemen in hun lespakket. Dat is een enorme klus waar heel veel tijd en geld in gaat zitten.” Het ontwikkelen en uitrollen van het lesprogramma is een echte Europese aangelegenheid met participerende onderwijsinstellingen uit Nederland, Engeland, Duitsland, Slovenië en Griekenland. De Geus is tevreden over de samenwerking, maar verbaast zich over het tempo van het project, of liever het gebrek daar aan. “Als kleine studio zijn we gewend snel te werken, maar als je samenwerkt met de Europese Commissie en onderwijsinstellingen veranderen weken in maanden en maanden in jaren.”






